Reina Weening in FD: 'Sneller ingrijpen voorkomt dat bouwconflicten ontsporen'

17-06-2021 | Column

Reina Weening in FD:

'Sneller ingrijpen voorkomt dat bouwconflicten ontsporen'

 

Arend Clahsen - Financieel Dagblad 16 juni 2021

Als het misgaat bij een bouwproject, gaat het al snel goed mis. Zo kampten het Zuidasdok en de Afsluitdijk door onvoorziene omstandigheden met enorme kostenstijgingen. Maar ook bij kleinere projecten gaat het fout. De Raad van Arbitrage in bouwgeschillen wil graag al bij de eerste problemen een uitweg zoeken, nog voor de situatie echt ontspoort.

In het kort

  • Bij bouwprojecten kan een relatief beperkt geschil al snel uitgroeien tot iets groots.
  • Discussies over kosten of verantwoordelijkheden kunnen een project uit de rails laten lopen.
  • De Raad van Arbitrage in bouwgeschillen buigt zich over een deel van dit soort conflicten als de partijen er niet meer uitkomen.
  • De Raad wil met nieuwe instrumenten vroeg kunnen inspringen nog voor er grote gevolgschade ontstaat.

Eerder, sneller en/of bindend. Als het aan bestuursvoorzitter Reina Weening van de Raad van Arbitrage in bouwgeschillen (RvA) ligt, worden bouwconflicten sneller opgelost. Door eerder te bemiddelen of een snelle uitspraak te doen, kunnen volgens haar conflicten in de bouw vaker in de kiem worden gesmoord. Het gebeurt namelijk regelmatig dat een relatief beperkt geschil leidt tot een ontspoord project.

Als voorbeeld noemt Weening de Wilhelminasluis in Zaandam, een kwestie waar ze zelf arbiter is geweest. 'Van het begin van het conflict tot de gang naar de Raad van Arbitrage en vervolgens de uitspraak kostte jaren. In die periode lag het werk stil, waren panden aan het verzakken. Voor omwonenden is dat een ramp natuurlijk.' Pas eind vorig jaar is de sluis opgeleverd, nadat de RvA in 2018 onder meer bepaalde dat aannemer Heijmans een hogere vergoeding diende te krijgen.

Begin vorig jaar trad Weening aan als bestuursvoorzitter van de RvA. De bouw en het werken op het snijvlak van overheid en bedrijfsleven zijn niet nieuw voor haar. De raadsheer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden — een functie die zij met het voorzitterschap van de Raad combineert — werkte sinds 2015 al als arbiter voor de RvA en boog zich over diverse zaken. En voor haar benoeming tot raadsheer stond Weening het bedrijfsleven én de overheid bij als advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan en Baker & McKenzie.

'Probleem bevriezen en voorleggen aan derde'

'Zeker bij vertragingsschade is het achteraf ontzettend lastig om het causale verband vast stellen', legt Weening uit. 'Het helpt enorm wanneer je een probleem op het moment zelf bevriest en voorlegt aan een derde. Dit is echt iets waar wij een omwenteling kunnen bereiken.' De tachtig arbiters bij de RvA komen uit de praktijk, en worden voorgedragen door de bouw-, de adviseurs- en de ingenieurswereld. 'Daarnaast zijn er twintig arbiters met een juridische achtergrond. Met al die kennis moeten wij in staat zijn om bouwgeschillen en bouwtechnische issues snel te kunnen beslissen.'

Partijen kunnen enkele jaren al een fast track bindend advies aanvragen, waarbij er al binnen een maand een uitspraak ligt of bijvoorbeeld een deel van het ontwerp wel goed is, of wie er verantwoordelijk is voor een vertraging. Dat is snel: de uitgebreide reguliere procedures bij de RvA of de rechter kosten makkelijk meer dan een jaar. Weening: 'Dat toont welke kracht we in huis hebben om te voorkomen dat projecten in het slop raken.'

Mediation en arbiters ter plaatse

Verder wordt nu gewerkt aan een mediation-traject. 'Daar bleek bij iedereen in de sector behoefte aan te zijn. Wij komen naar verwachting eind november met concrete voorstellen. Een ander idee is dat één of meer arbiters bij een project ter plaatse gaan kijken hoe een situatie precies in elkaar steekt, en dat direct combineren met een bindend advies waarmee de partijen verder kunnen.'

Een van de problemen waar Weening tegenaan liep is dat de instelling door de oude naam — Raad van Arbitrage voor de Bouw — automatisch gekoppeld werd aan de bouwsector, terwijl het instituut onafhankelijk opereert. Met name lagere overheden als gemeenten en waterschappen nemen de RvA niet in de contracten op, en kiezen voor de rechter bij conflicten, terwijl grote opdrachtgevers als Rijkswaterstaat en ProRail de RvA wel in hun contracten laten staan.

Naamswijziging

Het was voor Weening een van de redenen om de naam van het instituut dit jaar te wijzigen. 'De nieuwe naam geeft aan wat we doen en zijn. We zijn onafhankelijk en hebben grote expertise in huis. De partijen kiezen samen hun arbiters en we hebben een eigen secretariaat met bouwrechtjuristen die soms al twintig of dertig jaar dit werk doen en de vonnissen schrijven. Een rechtbank heeft die kennis niet en moet externe deskundigen raadplegen, soms ook die van ons.'

Dan wijst zij op een andere factor waarom sommige opdrachtgevers de RvA mogelijk overslaan. 'Als een opdrachtgever het werk van een vroegere bouwmeester tegenwoordig overlaat aan juridische adviseurs en managers, is het misschien lastiger om hier echt het gesprek aan te gaan, omdat dan blijkt dat die expertise niet meer meer in huis is. Misschien wordt het minder eng gevonden om de kwestie te laten beoordelen door een rechtbank die deze expertise ook mist.'

Foto: Werkzaamheden aan de Wilhelminasluis in Zaandam. De opdracht werd in 2013 gegund en pas eind 2020 opgeleverd nadat het project jarenlang stil had gelegen vanwege een bouwconflict. Foto: Berlinda van Dam/ANP

Overig nieuws