Groot winkelpand dreigt omhoog te komen na dämmerinjectie

17-01-2023 | Actueel

Wie is verantwoordelijk voor het ontbreken van een evenwichtsberekening voorafgaand aan een injectie met dämmervloeistof?

(Deze aflevering van de rubriek De Arbiter verscheen op 10 januari 2023 op Cobouw.nl)

We behandelen hier dit keer een vonnis in een forse zaak. De omvang en de complexiteit ervan moge onder andere blijken uit de opkomst bij de mondelinge behandeling: daarbij schuiven, buiten de diverse advocaten en juristen en natuurlijk de drie arbiters en hun secretaris, namens de drie partijen maar liefst negentien mensen aan.

Pand van vijf verdiepingen
Het probleem waarom het gaat, is ontstaan bij de revitalisatie van een groot winkelpand, met een kelder en daarboven vijf verdiepingen, aan een drukke winkelstraat in een grote stad, in het natte westen van het land.

De opdracht daarvoor gaat naar een aannemer. Maar het funderingsadvies komt namens de opdrachtgever van een adviesbureau, dat op zijn beurt voor het bemalingsadvies, de geotechnische risico’s en het uiteindelijke funderingsadvies weer twee andere bureaus inschakelt.

Vervorming en scheurvorming
Herstel van de fundering is onderdeel van de opdracht aan de aannemer die daarbij samenwerkt met een gespecialiseerde onderaannemer. Die past, om de kelder watervrij te krijgen voordat de fundering wordt gevijzeld, een dämmerinjectie toe.

De daarbij gebruikte dämmervloeistof is bijzonder licht en hardt zeer snel uit. Helaas echter treedt er al snel vervorming en scheurvorming op in de vloeren van de kelder en de verdiepingen. Dat leidt tot vertragingen en het nodige herstel.

Vele miljoenen
De oplevering raakt uiteindelijk ruim een jaar vertraagd. De opdrachtgever wijt dit aan de aannemer. Daarvoor alsmede voor de daardoor geleden schade eist de opdrachtgever een vergoeding van ruim 10 miljoen euro.

De aannemer wijst dat van de hand, kaatst de bal terug en eist aan resterende aanneemsom, goedgekeurd meerwerk inclusief rente en ingetrokken meerwerk ruim 520 duizend euro. Plus wegens vertragingsschade nog eens ruim 2,5 miljoen euro. Daarbovenop wil hij voor allerlei meerwerk en tijdelijke voorzieningen een totaalbedrag van meer dan 700 duizend euro vergoed zien.

Verder roept de aannemer zijn onderaannemer op ‘in vrijwaring’, waarmee hij, mocht hij toch zelf veroordeeld worden, zijn veroordeling naar hem wil doorschuiven.

Oorzaak en schuld
De arbiters kunnen hun borst natmaken: ze zijn zowel voor als na de mondelinge behandeling een hele dag bezig met het dossier. Het uiteindelijke vonnis telt 51 pagina’s, wat in het tienjarig bestaan van deze column een record is.

We beperken ons hier noodgedwongen tot twee hoofdvragen: wat is de oorzaak van de problemen en wie is daarvoor verantwoordelijk?

Als het kalf verdronken is…
De opdrachtgever is zonder enige twijfel verantwoordelijk voor het ontwerp, maar daarin ontbreekt helaas de noodzakelijke verticale evenwichtsberekening.

En als de aannemer en zijn onderaannemer na de start van het project aanvoeren dat de geplande stabilisatie met waterglas pas mogelijk is na een dämmerinjectie, gaat de opdrachtgever daarmee zonder moeite akkoord.

…dempt men de put
Pas nadat er door het opdrijven van het gebouw deformatie ontstaat, maakt de adviseur van de opdrachtgever een evenwichtsberekening.

Dan pas volgt ook de beschuldigende vinger naar de (onder)aannemer, die onder te hoge druk geïnjecteerd zou hebben. Daarmee miskent de opdrachtgever volgens de arbiters zijn eigen verantwoordelijkheden.

Een opdrijvend gebouw
Uit een analyse door de arbiters blijkt dat de situatie zo kritisch was dat het gebouw al ná de sloopwerkzaamheden, dus voorafgaand aan de injectie, door de grondwaterdruk omhoog dreigde te komen. Dat had het adviesbureau van de opdrachtgever uit zijn eigen berekeningen kunnen en moeten concluderen.

De gevolgen hiervan komen dus voor rekening van de opdrachtgever. Daarmee komt ook de in vrijwaring opgeroepen onderaannemer met de schrik weg.

Reductie schadebedrag
Maar er zijn ook andere vertragingsoorzaken aan te wijzen, die deels te wijten zijn aan de aannemer. Voor de gevolgen daarvan heeft de opdrachtgever recht op de door hem werkelijk geleden schade. Het schadebedrag wordt echter, na een zeer uitvoerige analyse van alle opgevoerde schadeposten, door de arbiters sterk verminderd. Ook de aannemer ziet het totaal van zijn vorderingen teruggebracht, maar hij krijgt in totaal bijna 1,4 miljoen euro toegewezen.

Gezien de mate waarin partijen gelijk dan wel ongelijk hebben gekregen, moet de opdrachtgever 100 procent van de kosten van de vrijwaring en 90 procent van de proceskosten betalen. De resterende 10 procent is voor rekening van de aannemer.

Meer over dit vonnis is te vinden op www.raadvanarbitrage.info, onder nummer 36.662

Ton Hesp

Overig nieuws