Arbiters hebben zich ten onrechte bevoegd verklaard. Wat kan ik daartegen doen?
Een vonnis van arbiters die ten onrechte hebben aangenomen dat zij bevoegd zijn, is vernietigbaar op grond van artikel 1065 Rv.
Vernietiging is alleen mogelijk als:
- u vóór alle weren een beroep hebt gedaan op de onbevoegdheid (art. 1065 lid 2 en 1052 lid 2 Rv). Hierover leest u meer in het menu “Bevoegdheidsincident”;
- het vonnis niet vatbaar voor hoger beroep is, of een geheel of gedeeltelijk eindvonnis in hoger beroep is (art. 1064 lid 1 Rv). In het menu “Hoger beroep” leest u welke vonnissen vatbaar zijn voor hoger beroep.
U zult dus eerst tegen het incidentele vonnis waarin arbiters zich bevoegd oordelen in hoger beroep moeten gaan bij de RvA, als dat mogelijk is.
U kunt vervolgens vernietiging vragen bij de burgerlijke rechter, als de appelarbiters in het vonnis in het incidentele hoger beroep ook hebben geoordeeld dat zij bevoegd zijn.
U kunt tegen het incidentele vonnis pas hoger beroep instellen tegelijk met hoger beroep tegen het eindvonnis in de hoofdzaak, tenzij partijen anders zijn overeengekomen of het scheidsgerecht in het incidentele vonnis uitdrukkelijk anders heeft bepaald (art. 22 lid 5 Arbitragereglement RvA, vgl. artt. 1052 lid 6 en 1050 lid 2 Rv).
Als uw wederpartijen niet meewerken en het scheidsgerecht heeft niet bepaald dat onmiddellijk hoger beroep mogelijk is, moet u het eindvonnis van het scheidsgerecht (dus de gehele procedure in eerste aanleg) afwachten voordat u iets tegen de beslissing omtrent de bevoegdheid kunt doen.
Vervolgens zal eerst het scheidsgerecht in het hoger beroep (dat zijn andere arbiters dan in eerste aanleg) nog moeten oordelen over de bevoegdheid van de RvA. Als zij zichzelf bevoegd oordelen, kunt u bij de burgerlijke rechter vernietiging vragen van het vonnis waarin zij dat deden.
In de vernietigingsprocedure bij de burgerlijke rechter is procesvertegenwoordiging verplicht. U zult daarvoor dus een advocaat moeten inschakelen.
Beslist de gewone rechter dat arbiters de bevoegdheid geheel of deels ten onrechte hebben aangenomen, dan worden alle tussen- en eindvonnissen van de onbevoegde arbiters in het incident en de hoofdzaak ongeldig voor het deel van de vordering ten aanzien waarvan zij niet bevoegd waren.
Totdat het vonnis van de volgens u onbevoegde arbiters is vernietigd – in hoger beroep of door de burgerlijke rechter – bent u verplicht om te handelen naar de veroordelingen in dat vonnis en kan uw wederpartij ook nakoming daarvan afdwingen (art. 1066 lid 1 Rv). Op grond van lid 2 van genoemd artikel kan de rechter die oordeelt over de vernietiging de tenuitvoerlegging van het bestreden vonnis schorsen, maar daar moet u dan wel expliciet om vragen.
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
“Artikel 1064 Rv
1. Tegen een geheel of gedeeltelijk arbitraal eindvonnis dat niet vatbaar is voor arbitraal hoger beroep, of tegen een geheel of gedeeltelijk eindvonnis, gewezen in arbitraal hoger beroep, staan slechts de rechtsmiddelen van vernietiging en van herroeping op de voet van deze afdeling open.
2. De vordering tot vernietiging wordt ingesteld bij de rechtbank ter griffie waarvan het origineel van het vonnis volgens artikel 1058, eerste lid, moet worden nedergelegd.
3. Een partij kan de vordering tot vernietiging instellen zodra het vonnis gezag van gewijsde heeft verkregen. De bevoegdheid daartoe vervalt drie maanden na de dag van nederlegging van het vonnis ter griffie van de rechtbank. Wordt echter het vonnis, voorzien van een verlof tot tenuitvoerlegging, aan de wederpartij betekend, dan kan die partij, ongeacht het verstreken zijn van de termijn van drie maanden, genoemd in de vorige zin, alsnog binnen drie maanden na deze betekening de vordering tot vernietiging instellen.
4. Tegen een arbitraal tussenvonnis kan de vordering tot vernietiging slechts worden ingesteld te zamen met de vordering tot vernietiging van het geheel of gedeeltelijk arbitraal eindvonnis.
[…]
Artikel 1065 Rv
1. Vernietiging kan slechts plaatsvinden op een of meer van de navolgende gronden:
a. een geldige overeenkomst tot arbitrage ontbreekt;
b. het scheidsgerecht is in strijd met de daarvoor geldende regelen samengesteld;
[…]
Artikel 1066 Rv
1. De vordering tot vernietiging schorst de tenuitvoerlegging van het vonnis niet.
2. De rechter die omtrent de vernietiging oordeelt, kan echter, indien daartoe gronden zijn, op verzoek van de meest gerede partij, de tenuitvoerlegging schorsen totdat over de vordering tot vernietiging onherroepelijk is beslist.
[…]”
ArbitragereglementRvA
“Artikel 22
1. Ieder der partijen heeft in beginsel het recht om van een in eerste aanleg gewezen vonnis van de Raad in hoger
beroep te komen.
2. Hoger beroep van een arbitraal vonnis is uitgesloten indien het vonnis, ware het gewezen door de gewone rechter, niet vatbaar zou zijn geweest voor hoger beroep.
3. Beroep tegen een arbitraal vonnis dient binnen drie maanden na de datum van het betreffende op schrift gestelde vonnis te worden ingesteld door middel van indiening van een memorie van grieven bij het secretariaat.
4. Hoger beroep tegen een vonnis in een spoedgeschil als bedoeld in artikel 14 sub a of c dient binnen één maand na de datum van het betreffende op schrift gestelde vonnis te worden ingesteld door middel van indiening van een memorie van grieven bij het secretariaat. De voorzitter beslist omtrent de spoedbehandeling van het hoger beroep.
5. Hoger beroep van een tussenvonnis en/of van een gedeeltelijk eindvonnis kan slechts tezamen met het hoger beroep van het laatste eindvonnis worden ingesteld; zulks lijdt evenwel uitzondering, indien het scheidsgerecht - op verzoek of ambtshalve - in het betreffende vonnis uitdrukkelijk anders heeft bepaald of indien partijen uitdrukkelijk anders zijn overeengekomen.
[…]”
