Kennelijke reken- of schrijffouten zijn fouten die zonder nadere inhoudelijke motivering eenvoudig kunnen worden gecorrigeerd. Hiervoor geldt artikel 1060 Rv. In lid 1 daarvan is bepaald:
“Een partij kan tot dertig dagen na de dag van de nederlegging van het vonnis bij de rechtbank ter griffie van de rechtbank, het scheidsgerecht schriftelijk verzoeken, een kennelijke rekenfout of schrijffout in het vonnis te herstellen.”
Lid 2 van genoemd artikel stelt buiten twijfel, dat dit ook geldt voor naam- en adresgegevens van arbiters en partijen en datum en plaats van de uitspraak.
Op grond van het artikel worden fouten hersteld als daarvoor geen inhoudelijke motivering nodig is. Dit gaat iets verder dan alleen reken- en schrijffouten. Zo wordt bijvoorbeeld het vonnis bij herstelakte wél alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaard als de toewijzing daarvan in het lichaam van het vonnis is aangekondigd en alleen in het dictum ontbreekt, maar niet als de motivering van de uitvoerbaar bij voorraadverklaring in het lichaam ontbreekt. In dat geval staat – onder voorwaarden - de weg van aanvulling open (zie hierna).
Het schriftelijk verzoek tot herstel moet bij de RvA worden ingediend binnen 30 dagen na het depot van het vonnis bij de rechtbank te Amsterdam.
Het scheidsgerecht kan ook binnen 30 dagen ambtshalve (op eigen initiatief) reken- en schrijffouten herstellen.
Het herstel geschied in een akte tot herstel. Ook deze wordt door de RvA gedeponeerd.
Een verzoek tot herstel schort de mogelijkheid tot tenuitvoerlegging of vernietiging niet op, tenzij de rechtbank of Voorzieningenrechter daartoe gewichtige redenen aanwezig acht (art. 1060 lid 7 Rv). Wenst een partij die opschorting, dan zal zij derhalve een procedure bij de burgerlijke rechter aanhangig moeten maken.
Soms wordt per abuis in een vonnis geen uitspraak gedaan over een van de onderwerpen die aan het scheidgerecht zijn voorgelegd; bijvoorbeeld over de vordering tot vergoeding van rente over een vordering, of een in alinea 235 van de memorie van eis genoemd gebrek.
De wetgever heeft in artikel 1061 Rv de mogelijkheid geopend dat te corrigeren. Die correctie kan alleen gebeuren op verzoek van een partij en niet – zoals het herstel van kennelijke reken- of schrijffouten – ambtshalve door het scheidsgerecht.
Het schriftelijk verzoek tot aanvulling moet bij de RvA worden ingediend binnen 30 dagen na het depot van het vonnis bij de rechtbank te Amsterdam.
Het verzoek kan volgens deze wettelijke regeling alleen worden gedaan indien tegen het vonnis geen hoger beroep openstaat. Staat tegen het vonnis hoger beroep open, dan dient men zich daarvan te bedienen. Daarvoor geldt dan geen termijn van 30 dagen na depot, doch de volle appèltermijn.
Als het scheidsgerecht in eerste aanleg heeft verzuimd een uitspraak te doen over de vordering om het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren (of als de eiser is vergeten dit te vorderen), dan kan daartoe een incidentele vordering in appel worden gedaan (art. 234 Rv). Een vordering/verzoek daartoe in het principaal appel heeft geen zin, omdat dan pas in de einduitspraak wordt beslist.
